Thema: ‘Plan van Aanpak’

Ben X

Het verhaal van Tim

De film die daaruit ontstond: “Ben X”

Doel van plan van Aanpak

Hoe creëer je een leef- en leeromgeving voor mij (een Asperger-kind) waarin ik voldoende veiligheid, structuur en ruimte ondervind om me te kunnen ontwikkelen en leer-gemotiveerd te blijven?
Een kader waarbinnen –vanuit mijn kindbeleving-

  • duidelijkheid heerst
  • ik me veilig kan voelen

om

  1. mezelf te mogen zijn -> weer zelfvertrouwen te krijgen.
  2. motivatie te kunnen vinden om te leren
  3. mijn capaciteiten te kunnen ontplooien

1. Als ik voldoende structuur vind:
  • word ik minder vaak kwaad
  • hebben we het thuis gemakkelijker (hoef me op school niet in te houden en bouw geen frustratie op)
  • kom rustiger op school (ik ben thuis en onderweg niet onnodig geprikkeld)
  • krijg meer vriend(inn)en (ik gedraag me weer “normaal”)
  • ga weer graag naar school

2. Ik voel me begrepen en geaccepteerd:

  • Ik mag ‘anders’ zijn, zonder me ‘buitengesloten’ te voelen
  • Ik word niet gestigmatiseerd
  • Ik kan mijn ‘zwakke kanten’ compenseren met mijn ‘sterke kanten’

3. Ik ben minder ‘bewerkelijk’ voor mijn ouders en leerkrachten

  • vorm minder ‘uitzondering’
  • ‘flip’ niet meer
  • ben weer leer-gemotiveerd
  • accepteer regels en gezag omdat me dat helpt
  • kan energie constructief kwijt

Duidelijkheid Creëren

Rust - Reinheid - Regelmaat is voor alle kinderen goed, maar voor Asperges noodzaak

Regels en routines geven duidelijkheid en daarmee een gevoel van veiligheid.

Dit plan van aanpak helpt:

  • Regels aanleren
  • In concrete situaties
  • Met aangepast taalgebruik

Problemen op school

Wat kan school zoal signaleren bij een Asperger kind?

  • Het kind heeft geen zin meer in school.
  • Is in de pauze vaak alleen.
  • Wordt gepest.
  • Vaak speelt het kind wel met andere kinderen, maar kan moeilijk begrijpen dat de anderen niet altijd hetzelfde spelletje willen spelen.
  • Speelt niet met leeftijdsgenootjes maar juist wel met jongere kinderen (kind heeft dan de regie).
  • Het kind heeft veel moeite met zelfs kleine veranderingen en wordt dan heel erg boos.
  • Bij pijn gaat het heel hard schreeuwen.
  • Komt vaak klagen bij de leerkracht over hele kleine dingen.
  • Heeft veel herhalingen.
  • Wordt ‘zomaar’  heel erg kwaad, terwijl niemand begrijpt waarom.
  • Het kind houdt zich in de klas in en wordt thuis heel erg vervelend, omdat alles opgekropt is; ouders komen langs met problemen thuis.
  • Geen probleem met leerstof.
  • Is intelligent, gebruikt woorden van volwassenen.
  • Stelt veel vragen; vaak diepgaand
  • Merkt dingen op die andere kinderen gewoon voorbij gaan laten
  • Sterk rechtvaardigheidsgevoel
  • Zeer principieel, vaak ‘overdreven’ eerlijk;
  • Geen ‘leugentjes voor bestwil’ of  ‘sociaal wenselijk gedrag’

Problemen thuis

  • Het kind is na school uitgeteld, nauwelijks meer aanspreekbaar, of
  • Het kind is na school volledig ‘opgedraaid’ en ontlaadt alle opgekropte frustratie, boosheid en spanning thuis
  • Het kind wil ‘niet ook nog’ huiswerk maken
  • Wil niet meer naar sport of vereniging

Verbale Communicatie

  • Mensen zonder autisme zeggen dingen die ze niet menen, laten dingen weg die ze wel menen, doen allerlei vreemde dingen met hun gezicht wat dan weer de betekenis van hun woorden verandert; dat is voor mij niet te begrijpen.
  • Ironie, sarcasme of figuurlijk taalgebruik snap ik niet. Ik neem taal veelal letterlijk; dus zeg wat je bedoelt en doe wat je zegt!
  • leg eerst uit wat je wilt of gaat doen en gun me even tijd voor je tot de betreffende aktie overgaat. Het duurt bij mij vaak wat langer voor de informatie verwerkt is; ik moet dingen eerst een plekje geven voordat ik er iets mee kan. Als ik  soms iets later reageer is dat geen onwil of slecht luisteren. Het heeft gewoon iets meer tijd nodig.
  • ik heb hele intense gevoelens, maar uit dat anders en ga er anders mee om. De kans dat we elkaar op dit punt verkeerd begrijpen is heel groot.
  • doe dus geen beroep op gevoelens maar communiceer op feiten.
  • Abstracte tijdsaanduidingen zijn voor mij verwarrend. “over een tijdje” dat zegt mij helemaal niets.
  • Wees concreet in de tijdsaanduiding. Nu, straks, later, eventjes is voor iedereen anders; daar kan ik niets mee. Geef aan ‘over 5 min, een uur’  etc.

Ik kom zo – we gaan straks weg – ik kom nu er aan – wacht even – bier drinken mag je als je groter bent

Geef liever een exacte tijdsaanduiding: Ik kom over 5 minuten – we gaan weg als de wijzers van de klok op de 12 staan – ik kom als ik klaar ben met het inpakken van de vaatwasser – bier drinken mag als je 16 bent.

  • Door mijn manier van denken is het erg moeilijk om de juiste betekenis aan ‘gangbare’ communicatie te verlenen. Ik ben in veel dingen heel precies en kan vallen over kleine nuances die voor NT’ers onbelangrijk lijken maar voor mij absoluut zijn.
  • Sarcastisch bedoelde uitspraken en zelfs troetelnaampjes of grapjes kunnen voor veel verwarring zorgen. Totdat je zeker bent dat ik dergelijke uitspraken begrijp, kun je dit het best zo veel mogelijk vermijden.
  • Als je mijn vraagt: Wil je de hond uit laten? Dan krijg je als antwoord: Ja! en vervolgens gebeurt er niets. Je hebt immers antwoord op je vraag gekregen. Hoe moet ik weten dat je eigenlijk iets anders bedoelt?

In de regel levert het “vragen” aan iemand met autisme aardig wat strijd op. Het lijkt alsof hij niet luistert en weigert aan jouw verzoek tegemoet te komen. Auticommunicatie is de vraag verpakken in een opdracht. - jij laat over 5 minuten de hond uit en je loopt een rondje om het plein- en hij zal dit doen. Belangrijk is dat het - wie – wat – waar – wanneer – hoe - van de opdracht duidelijk is. Voor sommigen zal een gesproken opdracht voldoende zijn maar veel kinderen met autisme hebben baat bij een visuele ondersteuning.

  • Het woordje ‘niet’ (en andere in negatief-vorm gestelde opdrachten) zorgt voor onduidelijkheid; (zowel voor NT’ers als bij Aspergers). Bv: wat mag ik nu wel of niet als je zegt: “Het is verboden om ongevraagd niet aan witte muizen te denken”
  • Als je zegt wat je WEL van me wil, reageer ik een stuk adequater!

Niet met je schoenen op de bank – niet rennen in de gang – niet voetballen op het gras – niet smakken – niet aankomen: Niet doen!

Schoenen uit bij de kapstok – zachtjes lopen in de gang, voetballen op het veld – kauwen met je lippen op elkaar – afblijven: doen!

  • Mijn in andere ogen soms afwijkend gedrag is geen onwil maar onmacht.
Met dank aan: Auticomm

Non-verbale Communicatie

  • Ik kan non-verbale signalen niet goed duiden; soms lijk ik ze niet eens op te merken. Benoem dus wat je wilt of voelt en wees daar eerlijk in. Ik voel heel goed aan als je wat anders zegt dan je bedoelt en dat verward me. Ik waardeer het als je lichaam hetzelfde zegt als je mond. Wees congruent.
  • vermijd onnodige aanrakingen. Ik sta er niet altijd open voor om zomaar aangeraakt te worden, al helemaal niet als het niet echt gemeend is. Op het verkeerde moment kan ik er zelfs behoorlijk door in paniek raken. Een bemoedigend schouderklopje of een een geruststellende aanraking wordt meestal als onprettig ervaren. Verwacht zelf bij verdriet of blijdschap ook geen arm om je schouder. Ik voel me heel onzeker als ik me moet verplaatsen in de situatie van een ander en weet dan niet altijd hoe ik moet reageren; ik ben bang daarin fouten te maken.
  • oogcontact is niet altijd vanzelfsprekend. Ik bedoel niet onbeleefd te zijn als ik geen oogcontact maak; soms is dat gewoon te intens, het leidt me af om helder te denken.

Inrichting

Inrichting:

  • Veiligheid en afstand
  • Geen materialen die angstig en verward maken
  • Eigen aparte plek voor taakgericht gedrag
  • Vaste plek voor time-out

Sommige zaken zijn voor veel Aspergers een ware verschrikking zoals, lange rijen met mensen, menigten op scholen, markten, volle warenhuizen, lawaaiige omgevingen zoals zwembaden, pretparken of concertzalen.

Tijdbewustzijn

Tijdbewustzijn en taakplanning

  • Dagschema visualiseren en transparant maken (dagritmekaarten)
  • Rituelen voor overgangsmomenten (onderbouw: liedje, middenbouw idem, bovenbouw: zelfde zin o.i.d.)
  • Bijzondere gebeurtenissen voorbespreken
  • Onverwachte gebeurtenissen uitleggen
  • (indien van toepassing) Obsessies, dwangmatig gedrag begrenzen

Dagritme

Invoeren van dagritmekaarten

Ik heb veel steun aan duidelijkheid, aan een herkenbare dag en week structuur. Dagritmekaarten waarmee een dag- en weekplan gevisualiseerd kan worden, zijn niet alleen in de lagere groepen erg handig.

In de onderbouw kunnen deze kaarten nog klassikaal besproken worden, net zoals in de middenbouw, maar in de bovenbouw kan ik ze ook heel goed zelf lezen en zo de structuur van de dag ontdekken.

Als ze klassikaal gebruikt worden zullen veel kinderen er een steun aan hebben. Kinderen die die behoefte wat minder hebben zullen ze niet storen.

Voorbeeld dagritmekaarten zie: Diddle Dagritmekaarten

Lesplanning

Lesplanning structureren

  • Maak de lesplanning visueel; bv met dagritmekaarten of een planbord
  • Je zou elke ochtend kunnen beginnen met dezelfde vakken. Voor kinderen die genoeg hebben aan dagritmekaarten is dit niet meer nodig, maar voor kinderen die hier niet genoeg aan hebben kan de lesplanning worden aangepast. Een herkenbaar weekprogramma zou mij helpen.
  • Geef een omschakeling in het programma op tijd aan, zodat ik me erop kan instellen. In de onderbouw kan dit heel goed door elke dag te beginnen met een inloop, dan werken etc. Het zijn dan niet de lessen die hetzelfde worden, maar de verschillende activiteiten. Ook de tijden hoeven niet precies gelijk te zijn, want de jonge kinderen kunnen nog geen klok kijken, maar als de lessen in gelijke volgorde lopen is het voor mij veel gemakkelijker werken. In de midden- en bovenbouw moet het weekrooster elke week hetzelfde worden en zoals al eerder vermeld: de veranderingen op tijd aangeven.
  • Je kunt uitproberen of het mij helpt als ik zelf de dagritmekaart die voorbij is kan omdraaien en de volgende kaart kan zien; een ritueeltje dus als afbakening van de nieuwe situatie.

Voorbereiden op Verandering

  • Ik vind het prettig als je me aangeeft wanneer er veranderingen komen;
    • veranderen van groepjes
    • veranderingen van het eerder vertelde programma
    • verandering van vaste ritmes
    • Als ik me nog kan verliezen in het vaste ritme even seintje geven dat het ritme wisselt; bv: ‘Als de opdracht klaar is gaan we naar het volgende onderwerp’ rekenen.)
    • Grotere veranderingen zoals een bezoek aan bijvoorbeeld een voorstelling of een sportdag; liefst een week van te voren aangeven en op het planbord/dagritme  zetten.
  • Ik kan me dan voorbereiden wat er gaat gebeuren; mijn lopende werk afronden en instellen op de nieuwe situatie. Kijk uit met het noemen van tijden, als ik me daarop instel zal ik je vastpinnen op die tijden.

Voorbereiden op Toekomst

  • Ik zal mij, als ik ouder wordt, steeds vaker aan veranderingen moeten gaan aanpassen. Vooral op de middelbare school is dat een vereiste. Dat moet ik al op de basisschool gaan leren.  Als ik goed in mijn vel zit en weer graag naar school ga, kun je proberen me af en toe niet voor te bereiden op een verandering. Vraag ook aan mijn ouders om dit af en toe eens thuis te proberen. Dit kan me helpen om te begrijpen dat er soms dingen plotseling veranderen. Observeer wat wel en wat niet kan. Wordt niet boos als het eens niet lukt, zelfs als ik flip, als ik ga schreeuwen of niet naar je wil luisteren. Laat me wennen aan de situatie. De volgende dag ben ik er waarschijnlijk aan gewend en is de verandering alweer heel gewoon. Let op: Alleen doen in situaties waarbinnen ik me veilig voel,  als er een vertrouwensband is tussen mij en jou.

Huiswerk maken

Ondanks de drang naar systematiseren, is het voor veel Aspergers moeilijk om systematisch met huiswerk om te gaan. Wil je me met de volgende punten helpen?

  1. Heb ik mijn agenda altijd bij me?
  2. Staan de opdrachten in mijn agenda?
  3. Heb ik de opdracht begrepen zoals hij bedoeld was; is de opdracht ondubbelzinnig?
  4. Wanneer en waar maak ik het huiswerk?
  5. Heb ik op dat moment alle benodigde materialen, boeken etc. bij de hand?

Attitude Begeleiders

Positief klimaat

  • Ouder/Leerkrachtgedrag is transparant en voorspelbaar
  • Bij gedragscorrectie: informatief en neutraal (zonder oordeel; ik voel dat)
  • Accent op prestaties (wat moet er gebeuren) – niet op relatie (functioneel in plaats van affectief)
  • Accepteer dat wederkerigheid en empathie ontbreekt in de vorm zoals NT’ers die kennen
  • Benadruk mijn ‘juiste’ (gewenste) gedrag. Als ik weet wat je van me wil is de kans groot dat ik het dan ook zo zal gaan doen. Met vertellen wat je niet wil, daar kan ik niks mee…
  • Geef mij een herkenbare en geformaliseerde rol (altijd dezelfde rol)

Hoge verwachtingen

  • Geef mij de mogelijkheid te excelleren in datgene waarin ik goed ben; daag me uit!
  • Uitleg en informatie helpt en is noodzakelijk
  • Als ik verward ben: geef me de ruimte om te kunnen herstellen zodat ik daarna weer kan presteren
  • Beoordeel mij op de prestaties die ik toon onder optimale omstandigheden (laat eruit komen wat er in zit)
  • Zet mijn ‘anders zijn’ positief in: Laat mij klusjes doen die ik goed kan (voorlezen in de lagere klassen, de boeken in de bieb ordenen, etc.)

Respect voor autonomie

  • Onvermogens worden geaccepteerd en benoemd, evenals mijn bijzondere vaardigheden.
  • Er worden haalbare veranderingsdoelen gesteld
  • Deze worden op begrijpelijke manier uitgelegd
  • Mijn instemming is belangrijk en wordt afgewacht; pas als ik er achter sta zal ik het gaan doen (ik kan niet doen alsof)
  • Inzet voor het aanleren van “vanzelfsprekende” doelen wordt hoog gewaardeerd

De basis

De basis van het handelen van de leerkracht wordt gevormd door kennis en inzicht in:

  • autisme in algemene zin
  • de specifieke vraagstelling van de leerling met autisme waarmee de leerkracht te maken heeft.

Valkuilen

1. Omdat ik zelf heel goed merk dat ik anders ben, is het moeilijk een zuiver zelfbeeld te ontwikkelen.

  • Ik kan al snel een negatief zelfbeeld krijgen en me ‘minderwaardig’ gaan voelen. Ik doe het nooit goed, mensen willen altijd dat ik wat anders doe dan ik doe, waarom zou ik me nog inzetten…

óf

  • als verzet tegen zoveel onbegrip van de wereld om mij heen kan ik een overdreven positief zelfbeeld ontwikkelen (Ik ben nu eenmaal slimmer dan de meeste mensen om mij heen én ik zie dingen die anderen niet zien én ik denk logischer, dus de kans dat ik het bij het juiste eind heb is behoorlijk groot…)

2. Ondanks dat sommige dingen volledig aan mij voorbij lijken te gaan, kan ik andere dingen soms genadeloos scherp waarnemen en analyseren. En omdat de waarheid gezegd mag worden zal ik dat ook niet altijd voor me houden. Niet-consequent gedrag, niet-logische denkstappen, fouten in volgordes; Ik begrijp echt niet waarom mensen boos worden als ik ze daarop wijs…

  • De pijnlijke juistheid van dergelijke ‘analyses’ kan makkelijk als een persoonlijke aanval gezien worden! Bedenk dat Aspergers niet goed zijn in relationele nuances. Ze zullen dus niet makkelijk  ‘verzachten (of slijmen)’ om iets te bereiken, maar óók niet ‘verharden (of op de man spelen)’; het heeft dus niets met jóu te maken, het is geen persoonlijke aanval, hoogstens een aanval op de onjuistheid der dingen! (voel het verschil!)

Tips voor Leerkrachten

N.B. Tip voor de leerkracht
- Neem je plan op in het dossier van het kind. Schrijf je geen plan voor het kind, maar probeer je het eerst gewoon op te lossen neem het dan a.j.b. op in het dossier van de leerling!!! Het wordt anders voor het kind heel lastig als het naar de volgende groep gaat en de leerkracht weet weer van niks. Bespreek het kind ook in de leerling bespreking. Het kind mag dan wel geen probleem hebben met de leerstof, maar de sociaal-emotionele ontwikkeling is zeer belangrijk, zo niet belangrijker!!!!!!!!!!!

Effekt van ‘speciale’ LL in de klas

Er zijn veel meningen op het hebben van ‘bijzondere’ leerlingen in de klas: Leerlingen die duidelijk  ‘anders’ zijn, een afwijkend gedrag vertonen, ander behoeftes hebben. (Vaak aangeduid als ‘zorgleerlingen’)

Over wat de effecten zijn op klas en leerling, is nogal wat wetenschappelijk onderzoek voorhanden.

Hoewel we ons verzetten om Aspergers als ‘gehandicapten’ te zien, kunnen we uit de verzamelde  studies van de CG-Raad (Chronisch zieken en Gehandicapten Raad) het een en ander leren. Hieronder een overzicht.

Effecten op leerlingen zonder beperkingen

Het gebruik van extra voorzieningen in de klas zoals visuele organizers, computer aanpassingen etc. resulteerde in betere resultaten op tests bij leerlingen met en zonder beperkingen. (Horton, Lovitt en Berqtund. 1990)

(more…)

Effecten op sociaal emotionele ontwikkeling

Kinderen met speciale hulpvragen doen het sociaal-emotioneel en cognitief beter in een inclusieve setting dan in een gesegregeerde setting. (Baker, Wang & Walberg, 1994) (more…)

Effecten op cognitieve ontwikkeling

Leerlingen met beperkingen in inclusieve klassen vertonen een verhoogde ontwikkeling in hun cognitieve vaardigheden. (McDonnel, Thorson, McOuivey en Kiefer-ODonneL 1997) (more…)

Effecten op leerlingen

Meer dan vijftien jaar geleden heeft onderzoek al uitgewezen dat plaatsing van kinderen met beperkingen in een gesegregeerde setting weinig tot geen positieve invloed had.

In het speciaal onderwijs wordt gezegd: kinderen met beperkin­gen leren beter in kleinere klassen met gespecialiseerde leraren met speciale materialen. Er is echter geen bewijs dat het voordelen heeft voor kinderen met beperkingen. (Lipsky & Gartner, 1989) (more…)