Thema: ‘3. Communicatie’

Verbale Communicatie

  • Mensen zonder autisme zeggen dingen die ze niet menen, laten dingen weg die ze wel menen, doen allerlei vreemde dingen met hun gezicht wat dan weer de betekenis van hun woorden verandert; dat is voor mij niet te begrijpen.
  • Ironie, sarcasme of figuurlijk taalgebruik snap ik niet. Ik neem taal veelal letterlijk; dus zeg wat je bedoelt en doe wat je zegt!
  • leg eerst uit wat je wilt of gaat doen en gun me even tijd voor je tot de betreffende aktie overgaat. Het duurt bij mij vaak wat langer voor de informatie verwerkt is; ik moet dingen eerst een plekje geven voordat ik er iets mee kan. Als ik  soms iets later reageer is dat geen onwil of slecht luisteren. Het heeft gewoon iets meer tijd nodig.
  • ik heb hele intense gevoelens, maar uit dat anders en ga er anders mee om. De kans dat we elkaar op dit punt verkeerd begrijpen is heel groot.
  • doe dus geen beroep op gevoelens maar communiceer op feiten.
  • Abstracte tijdsaanduidingen zijn voor mij verwarrend. “over een tijdje” dat zegt mij helemaal niets.
  • Wees concreet in de tijdsaanduiding. Nu, straks, later, eventjes is voor iedereen anders; daar kan ik niets mee. Geef aan ‘over 5 min, een uur’  etc.

Ik kom zo – we gaan straks weg – ik kom nu er aan – wacht even – bier drinken mag je als je groter bent

Geef liever een exacte tijdsaanduiding: Ik kom over 5 minuten – we gaan weg als de wijzers van de klok op de 12 staan – ik kom als ik klaar ben met het inpakken van de vaatwasser – bier drinken mag als je 16 bent.

  • Door mijn manier van denken is het erg moeilijk om de juiste betekenis aan ‘gangbare’ communicatie te verlenen. Ik ben in veel dingen heel precies en kan vallen over kleine nuances die voor NT’ers onbelangrijk lijken maar voor mij absoluut zijn.
  • Sarcastisch bedoelde uitspraken en zelfs troetelnaampjes of grapjes kunnen voor veel verwarring zorgen. Totdat je zeker bent dat ik dergelijke uitspraken begrijp, kun je dit het best zo veel mogelijk vermijden.
  • Als je mijn vraagt: Wil je de hond uit laten? Dan krijg je als antwoord: Ja! en vervolgens gebeurt er niets. Je hebt immers antwoord op je vraag gekregen. Hoe moet ik weten dat je eigenlijk iets anders bedoelt?

In de regel levert het “vragen” aan iemand met autisme aardig wat strijd op. Het lijkt alsof hij niet luistert en weigert aan jouw verzoek tegemoet te komen. Auticommunicatie is de vraag verpakken in een opdracht. - jij laat over 5 minuten de hond uit en je loopt een rondje om het plein- en hij zal dit doen. Belangrijk is dat het - wie – wat – waar – wanneer – hoe - van de opdracht duidelijk is. Voor sommigen zal een gesproken opdracht voldoende zijn maar veel kinderen met autisme hebben baat bij een visuele ondersteuning.

  • Het woordje ‘niet’ (en andere in negatief-vorm gestelde opdrachten) zorgt voor onduidelijkheid; (zowel voor NT’ers als bij Aspergers). Bv: wat mag ik nu wel of niet als je zegt: “Het is verboden om ongevraagd niet aan witte muizen te denken”
  • Als je zegt wat je WEL van me wil, reageer ik een stuk adequater!

Niet met je schoenen op de bank – niet rennen in de gang – niet voetballen op het gras – niet smakken – niet aankomen: Niet doen!

Schoenen uit bij de kapstok – zachtjes lopen in de gang, voetballen op het veld – kauwen met je lippen op elkaar – afblijven: doen!

  • Mijn in andere ogen soms afwijkend gedrag is geen onwil maar onmacht.
Met dank aan: Auticomm

Non-verbale Communicatie

  • Ik kan non-verbale signalen niet goed duiden; soms lijk ik ze niet eens op te merken. Benoem dus wat je wilt of voelt en wees daar eerlijk in. Ik voel heel goed aan als je wat anders zegt dan je bedoelt en dat verward me. Ik waardeer het als je lichaam hetzelfde zegt als je mond. Wees congruent.
  • vermijd onnodige aanrakingen. Ik sta er niet altijd open voor om zomaar aangeraakt te worden, al helemaal niet als het niet echt gemeend is. Op het verkeerde moment kan ik er zelfs behoorlijk door in paniek raken. Een bemoedigend schouderklopje of een een geruststellende aanraking wordt meestal als onprettig ervaren. Verwacht zelf bij verdriet of blijdschap ook geen arm om je schouder. Ik voel me heel onzeker als ik me moet verplaatsen in de situatie van een ander en weet dan niet altijd hoe ik moet reageren; ik ben bang daarin fouten te maken.
  • oogcontact is niet altijd vanzelfsprekend. Ik bedoel niet onbeleefd te zijn als ik geen oogcontact maak; soms is dat gewoon te intens, het leidt me af om helder te denken.